'Alle privégegevens zijn te koop'     Meldplicht bij diefstal, verlies of misbruik persoonsgegevens

Welkom

Inleiding

Onderzoeken Mariëndijk

Onderzoeken Peter R. de Vries

De zaak Bolhaar

Onderzoeken Goderie van Groen

Geluidsfragmenten

Media

Strafdossier/Procesgang

Contact



Curieuze klanten: de opdrachtgevers en 'helers'  van privé-informatie uit gesloten bronnen

Om een goed beeld te krijgen van wie er allemaal privacygevoelige informatie uit gesloten bronnen inkoopt bij  informatie- en recherchebureaus is het goed een kleine selectie van bekende opdrachtgevers op te sommen. De namen van deze 'klanten' komen het deel van het papieren archief dat Kraay nog heeft weten te redden. Een flink deel van zijn papieren is, nadat ze in beslag waren genomen door Justitie, tegen de afspraken in nooit aan hem teruggegeven. De kans is groot dat het materiaal, nadat is geïnventariseerd, is vernietigd, opdat mogelijk gevoelige informatie niet meer boven water komt. Maar uit de honderden stukken die nog over zijn doemt al een mooi beeld op van de partijen die opdracht geven tot het lichten van de doopceel van mensen. Het zijn veel gerenommeerde advocatenkantoren, veel grote bedrijven die iets met geld doen, zoals banken en verzekeraars, en daarnaast media en zelfs overheden. Meestal bleef de werkelijke opdrachtgever trouwens achterwege. Dat komt doordat het werk over meerdere schijven verliep, van een bedrijf via een advocaat naar een recherchebureau dat de opdracht weer uitzette bij een handelsinformatiebureau, dat de opdracht vervolgens zelfs nog een keer doorsluisde naar een eenmanszaak als die van Kraay. Deze 'tussenhandel' is gunstig voor de oorspronkelijke opdrachtgevers: zij zijn lastig op te sporen of  kunnen altijd beweren dat ze niet wisten hoe de informatie werd vergaard. Maar in sommige opdrachtfaxen zijn de opdrachtgevers juist gemakkelijk te vinden: hun verzoeken werden dan gekopieerd omdat er al persoonsgegevens van de mensen naar wie onderzoek moest worden gedaan in stonden. Dat doorgeven van informatie aan de bureaus is op zichzelf al onwettig. Maar de meegestuurde gegevens zetten de bureaus meteen op het goede spoor, zodat ze sneller de gevraagde gevoelige informatie konden achterhalen. Hieronder een overzicht van de soorten klanten van de informatiebureaus Mariëndijk Intermediair BV en Goderie van Groen BV en Kraay.

Banken, verzekeraars en grote bedrijven
Het grootste deel van het werk was in opdracht voor 'het groot kapitaal', oftewel: financiële instellingen en multinationals uiteenlopend van bedrijfsactiviteit. Soms werkten die via advocaten, soms via eigen fraude of rechercheafdelingen. Vooral Mariendijk had veel klandizie in deze sectoren. Klanten waren onder meer om NCM Eurocollect Incasso services BV, Creditcard verstrekker VISA card, Mercedes Benz leasing, IFN finance, Deloitte & touche, BDO accountants, Zwolsche algemene verzekeringen NV, Amev schadeverzekering NV, Tiel Utrecht verzekeringen, Delta Loyd, Fortis Amev, Ing BANK, Rabo bank, RVS financiële diensten, Turien & CO assurandeuren, Bovemij verzekeringen, SRK rechtsbijstand, Nationale Nederlanden financiele diensten, Welvaert financieringen,  Regio Bank, Rabobank,  AXA verzekeringen, BLG Hypoteken, Bouwfonds, Gibo Groep, Santen & Gasille makelaars o.g. , KPG advocaten en belastingadviseurs  en beursgenoteerde bedrijven als Ordina. Bij al deze bedrijven ging het vooral om het opsporen van fraude of wanbetalers. Michel Kraay: "Ik heb het werk in opdracht verricht voor het neusje van de zalm van de bovenwereld."  En voor het werk ik deed, was een netwerk nodig en zonder opdrachtgevers kon ik niet aan de slag. In zekere zin waren die allemaal medeplichtig, want ze moeten begrijpen dat het ging om vertrouwelijke informatie die langs legale weg niet te achterhalen was.

Advocatenkantoren, notarissen en recherchebureaus  
Meer 'neusje van de zalm' is de advocatuur, want ook gerenommeerde advocatenbureaus maken gretig van de diensten van de informatiebureaus gebruik. Klanten bij Mariendijk waren onder meer: De Brauw  Blackstone Westbroek, Nauta Dutilh Advocaten, Pels Rijcken Droogleever en Fortuijn, Stibbe Simont Monahan Duhot advocaten, Loeff Claeys Verbeke advocaten,  Boekel de Nerée, Loyens Loeff, CMS Derks Star Busmann advocaten, Houthoff Buruma, Allen & Overy, Ploum Lodder Princen, Boekel de Nerée, Kalff Katz & Koedooder, Moszkowicz advocaten, Cleerdin en Hamer advocaten, Van Odijk Advocaten, Advocatenkantoor Mark Muller, Van Bon-Moors Van Sommeren en Berendsen Advocaten, Van Benthem & Keulen Advocaten, Perquin Advocaten, Van Vliet & Van Donselaar advocaten, Blom Advocaten, Van Dijl Advocaten, Eldermans & geerts advocaten, Trénite van Doorne advocaten, Kuiper Jonkers & van den Berg advocaten,  Banning de Ruijter & Wiegman advocaten, Benistant & v. Breugel, Berntsen Mulder, Bol en van Voskuilen, Wybenga wildeboer van den Puttelaar, van Diepen van der Kroef Lenior advocaten, Raadgever advocaten,  Houkes C.S. letselschade advocaten, Otte Klemann & Hamar de la Brethoniere, Houns & Souren advocaten, Van Schoonhoven in ’t Veld advocaten&notarissen, Giaird advocaten, Kersch & Lievense advocaten, Asselbergs & Klinkhamer advocaten, etc. Zo liet de landsadvocaat, Pels Rijcken Droogleever en Fortuijn, bijvoorbeeld een ex-personeelslid natrekken na 20 jaar trouwe dienst. In het verhaalsrapport zijn vermeld, het woonadres, telefoonummer,  netto maanduitkering (NWW) van het UWV , betalingsachterstanden, bankrekeningen, auto en vastgoed bezit.    

Maar ook recherchebureaus behoorden tot de clientèle: International security partners BV, Broshuis & partners preventie adviseurs, Imperial securities international BV, Vodocq BV, recherche en adviesbureau van Duyvenvoorde investegations,  Schalke & Partners bedrijfsrecherche en Hoffman bedrijfsrecherche.

Overheden
Het Ministerie van VROM liet informatie uitzoeken over een bedrijf dat mogelijk milieuovertredingen beging. De informatie was voor het departement zelf niet op legale wijze te verkrijgen. Kraaij: "De man stond geregistreerd als 'vertrek onbekend waarheen'. Ik had hem in een kwartier opgespoord." Ook liet het Ministerie van Justitie via de landsadvocaat uitzoeken waar gevangenisbewaarders die ontslagen dreigden te worden mogelijk stiekem bijklusten. Verder komt het GAK voorbij in een opdrachtfax uit 1997. En het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam liet in 2000 onderzoek doen naar een in opspraak geraakte arts. Deze cases staan nog in stukken die Kraaij heeft weten te redden na zijn arrestatie. Veel andere papieren kreeg hij nooit terug, waardoor niet duidelijk is welke andere overheden en semi-overheidsinstanties nog meer gebruik maken van op illegale wijze ingewonnen privé-informatie. Zo zitten tussen de papieren van Kraaij de complete achtergronden van betrokkenen bij de HBO Fraude. Of een overheidsinstantie de doopceel van onder meer betrokken accountants heeft laten lichen, valt uit de opdracht niet op te maken. De Commissie Schutte stelde in 2005 dat scholen uit het middelbare en hoger onderwijs in totaal 96 miljoen euro te veel hadden gekregen.

Een andere aanwijzing dat overheden zelf ook informatie laten inzamelen op dubieuze wijze komt van het bureau Goderie van Groen, aan wie ook een later hoofdstuk is gewijd. In een e-mail schrijft hij dat ook overheden tot zijn cliënten behoren. Welke instanties dat zijn, wil hij niet zeggen.

Media
Peter R de Vries was echter niet de enige journalist die een informatie- of recherchebureaus inschakelt. Michel werkt uiteindelijk indirect ook voor SBS-programma's als Stem van Nederland en Willebrord Frequin. Daarnaast is ook het bedrijf dat destijds TROS Opgelicht maakte indirect klant. Veel van de opdrachtgevers van Goderie van Groen BV worden bewust verzwegen. Een ander medium dat in een opdrachtfax nog ter sprake komt is het tijdschrift Panorama. Enkele van de cases: Reneta van der M., de kroongetuige in de net niet verjaarde moordzaak Bolhaar, arts Edwin ten W. die zijn vrouw in zijn tuin begraafde, bankrover Quakkelsteijn, Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn en diens familie, Willem Endstra, topcrimineel als John Mieremet, Paul van O. en grafoloog Wanda Waisvisz die was betrokken in het onderzoek naar de Deventer Moordzaak. Verder: De Roy van Zuydewijn, Mabel Wisse Smit, Pistolen Paultje, horecaondernemer Sjoerd Kooistra en voetbalclub AZ.

Bekende en onbekende Nederlanders
Min of meer bekende Nederlanders zijn niet alleen onderwerp voor onderzoek door de bureaus, maar doen soms ook een beroep op hen. Zo liet de bekende judoka Peter Adelaar onderzoek doen naar zijn ex-vrouw in een strijd om zijn kinderen. Adelaar wilde in oktober 2001 de verblijfplaats van zijn dochter weten. Zijn huwelijk was stukgelopen. Adelaar stierf in 2004. Over Bekende Nederlanders gesproken: een onbekende opdrachtgever liet in juli 2002 uitzoeken of iemand met de achternaam Bos familie was van de vice-premier en minister van financiën Wouter Bos. Maar van onbekende Nederlanders komen er tamelijk ongewone informatieverzoeken binnen. Zo laat in augustus 2001 een schoonfamilie een aanstaande bruidegom natrekken in verband met een mogelijke zelfmoordpoging door de persoon. In september 2000 meldt zich iemand die wil weten of een man wel echt in Kamp Amersfoort heeft gezeten tijdens de oorlog. Soms blijken mensen uit het criminele milieu ook de bureaus in te schakelen. Zo wil een Colombiaan via een advocaat weten of hij op de lijst van gezochte personen staat. Kraay belt naar CRI en Interpol om dat uit te zoeken.

Vuile werk uitbesteed
Recherchebureaus kiezen er ook vaak voor om een deel van hun werk uit te besteden aan informatiebureaus. Dat is immers goedkoper en sneller. Een gewiekste babbel aan de telefoon is vaak effectiever dan in iemands vuilniszakken graaien, urenlang iemand schaduwen of met een verrekijker in de bosjes liggen. Enkele recherchebureaus die opdrachten hebben uitgezet bij Mariendijk zijn:  Vidocq, recherchebureau Kast, International Security Partners, Van Duyvenvoorde Investigations. Ook andere handelsinformatiebureaus zette hun opdrachten uit bij collega's: Er is, kortom, een soort tussenhandel waarbij recherche- en informatiebureaus opdrachten van grote bedrijven en advocaten doorsluizen naar anderen die het 'vuile werk' doen.

Medewerker Richard Mildenberg van het Rotterdamse recherchebureau FIF33 vertelt in 1996 in het Advocatenblad waarom advocaten niet zelf onderzoek doen: "[Dit] werk is niks voor advocaten, laat staan voor diens opdrachtgevers." Verderop in dat artikel constateert de auteur: "Advocaten lijkt het weinig te kunnen schelen hoe een recherchebureau aan zijn gegevens komt, als ze maar bruikbaar zijn." Jan Moree van Morree & Gelderblom Advocaten uit Rotterdam: "Hoe zij aan hun gegevens komen? Ik vraag me dat wel eens af. Wij hebben sinds twee jaar de Wet op de persoonsregistratie en ik kan me voorstellen dat dat consequenties heeft. Maar hoe detectives daar concreet mee omgaan, weet ik niet. En het interesseert me eerlijk gezegd ook niet zo." Jaap van Meurs, veertig jaar advocaat bij Van Meurs en Koerselman uit Rotterdam zegt in het Advocatenblad dat de informatie van de bureaus betrouwbaar is: "In al die jaren heb ik nooit meegemaakt dat de wederpartij ontkende wat er gezien was. En als ik niet kan vermoeden dat het om onrechtmatig verkregen bewijs gaat, vind ik het prima."

Dat was in 1996, nog vijf jaar voor de aanname van de strengere Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar de houding van de advocatuur lijkt allerminst verandert. Dat heeft er ook mee te maken dat rechters in civiele zaken zich niet al te vaak afvragen waar bewijsmateriaal vandaan komt en of dat wel op legale manier is verkregen. Kantonrechter J.A.I. Brada uit Amsterdam zegt in het Advocatenblad: "Wanneer de andere partij toegeeft, is er weinig aan de hand." Volgens hem is het in het strafrechter beter geregeld: "Als iemand daar zegt dat het betreffende bewijs onrechtmatig is verkregen, hebben we een probleem." Maar zelfs in strafzaken wordt er te weinig kritisch gekeken naar waar ingebracht bewijsmateriaal en informatie vandaan komt. De manier waarop bewijs wordt vergaard wordt te vaak over het hoofd gezien, constateerde raadsheer Nuijs in een onderzoek voor de Raad voor de Rechtspraak in 2004. Ook bewijsinformatie afkomstig van handelsinformatiebureaus worden in Nuis' onderzoek als voorbeeld genoemd.

Zolang ze er in de rechtszaal weinig kritische vragen over krijgen lijken advocaten onverdroten door te gaan met het 'helen' van privé-informatie. De behoefte is namelijk onverminderd groot. De gegevens worden overigens niet alleen voor bewijsmateriaal verzameld maar ook om een goede informatiepositie in procedures te hebben of gewoonweg om te kijken of een persoon genoeg geld of bezittingen heeft om een eventuele toegekende schadeclaim te kunnen betalen.

Een enkele waarschuwing
In juni 2003 waarschuwde de Orde van Advocaten haar leden eenmalig na een brief van het CBP over het onderzoek naar Mariendijk Intermediair BV en Michel Kraay: "Advocatenkantoren zijn meestal de opdrachtgevers. Het CBP heeft er vooralsnog niet voor gekozen om de betrokken advocatenkantoren te benaderen. Het CBP heeft de Nederlandse Orde van Advocaten schriftelijk verzocht om het probleem van de onrechtmatige gegevensverwerking door advocaten onder de aandacht van de leden te brengen. (..) Samen met het CBP wil de orde de leden er dan ook op wijzen dat het geven van opdrachten aan handelsinformatiebureaus en het verwerken van de verkregen informatie door advocaten niet dan met de grootste zorgvuldigheid dient te gebeuren." Ook benadrukt de orde dat 'de ontvanger van persoonsgegevens verantwoordelijk is voor de verdere verwerking ervan'. "Advocaten dienen zich daarom te allen tijde rekenschap te geven van de rechtmatigheid van de door hen verkregen persoonsgegevens."

Nalatig & strafbaar
Het ligt voor de hand dat ook banken, verzekeraars, incassobureaus, recherchebureaus en media op dezelfde manier 'gewaarschuwd' zouden worden, maar dat liet het CBP destijds na. Opdrachtgevers van de bureaus zijn nooit vervolgd, ondanks dat woordvoerders van het CBP het inkopen van de gegevens wel betitelden als 'strafbaar'. Navraag bij enkele opdrachtgevers als ABN Amro, ING en de landsadvocaat en brancheverenigingen als de Nederlandse Vereniging van Banken en de Vereniging van Verzekeraars leverde na Kraays rechtszaak weinig op. Advocate C.M. Bitter van Pels Rijcken wenste over de kwestie helemaal geen uitspraken te doen. Woordvoerders van de twee banken en de twee brancheverenigingen verwezen allemaal naar de 'gedragscodes' waaraan medewerkers zich zouden moeten houden en zeiden weinig of niets van de ongeoorloofde informatieverzoeken te weten. Ze geloven in zelfregulering, die in de praktijk niets voorstelt.

Kraay hamert er dan ook op dat zijn opdrachtgevers hadden moeten worden vervolgd. "Als er dan toch sprake is van een criminele organisatie, zoals Justitie in mijn geval zegt, dienen ook de opdrachtgevers daarvoor voor het hekje van de rechter te verschijnen. Zij die achter deze praktijken schuil gaan hebben immers aangezet tot oplichting en helen. Welk recht behouden het OM en het CBP zich voor om deze mensen de dans te laten ontspringen? Of zijn ze soms bang voor het bedrijfsleven? Het is overduidelijk dat ze ervan af wisten, hetgeen ook blijkt uit diverse opdrachtfaxen." Ook het Collegelid Jan Willem Broekema van het CBP bevestigde dit in een artikel in het NRC Handelsblad in 2003 waarin hij erkende dat opdrachtgevers ook strafbaar zijn. Kraay: "De overheid zou juist de kop bij de staart moeten pakken en het opvragen van die informatie strafbaar stellen, anders blijft het doorgaan." Hij doet begin 2006 alsnog aangifte tegen een reeks van zijn bekendste opdrachtgevers. Maanden later hoort hij dat zijn aangifte is geseponeerd.

Aangifte geseponeerd
Opdrachtgevers van Mariendijk Intermediair BV wisten wel degelijk waar ze mee bezig waren, aldus Kraay: "Soms verwees een klant naar artikelen waarin stond dat Mariendijk banksaldi kon achterhalen. Daarom belde hij Mariendijk. Ook schreven advocaten regelmatig dat Mariendijk 'discreet moest informeren', vaktaal waarmee wordt bedoeld dat het buiten medeweten van de persoon waarnaar onderzoek werd gedaan moest gebeuren.
Daarbij werden er steeds weer nieuwe onderzoeken weggezet temeer de opdrachtgevers wisten dat de informatie betrouwbaar was. Doordat 'het neusje van de zalm' van mijn diensten gebruik maakte heb ik te laat gerealiseerd dat aan een deel van mijn werkwijze bezwaren kleefden en dat het een misdrijf zou kunnen zijn."

In een telefoongesprek in 2003 zegt Dennis Esajas, directeur van Mariëndijk Intermediair BV, sinds de vervolging door Justitie veel van zijn klanten te zijn kwijtgeraakt. "Advocatenkantoren stappen gewoon over op bureaus die hetzelfde doen als wij deden", is zijn conclusie. Als in 2006 blijkt dat Goderie van Groen BV inderdaad nog steeds doorgaat met het verkopen van onder meer bankrekeningnummers en andere persoonsgegevens, stelt SP-kamerlid Jan de Wit schriftelijke vragen aan de minister van Justitie Piet Hein Donner. De Wit wil niet alleen weten waarom Goderie van Groen BV niet wordt vervolgd maar ook waarom de opdrachtgevers vrijuit blijven gaan nu het OM Kraays aangifte heeft geseponeerd.

De Wit vindt dat Justitie ook de opdrachtgevers van de vergaarders van informatie moet vervolgen. Donner is het daar niet mee oneens, maart antwoordt dat Kraays aangifte is geseponeerd 'omdat er zowel uit bewijstechnisch-, als uit opportuniteitsoogpunt onvoldoende aanleiding bestond strafrechtelijk onderzoek te doen'. Wel erkent Donner dat het Openbaar Ministerie 'kan beslissen tevens de opdrachtgevers in een concreet geval strafrechtelijk te vervolgen'.

Opdrachtgever vrijuit?
De conclusie is dat bureaus wel - maar sporadisch - worden aangepakt en de opdrachtgevers niet. "Op die manier blijven de opdrachtgevers dus buiten schot. Nochtans is daartegen wel wat in te brengen", zo schrijft universitair docent J.J.C. Kabel van de Universiteit van Amsterdam in de wetenschappelijke bundel 'Privacyregulering in theorie en praktijk' in de druk van 2007. "Indien de onderzoeksopdracht door de opdrachtgever gedetailleerd wordt voorgeschreven, kan worden aangenomen dat deze in ieder geval het doel van de verwerking heeft vastgesteld." En volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (artikel 1 sub d) is degene die 'doel en middelen van de verwerking' vaststelt de verantwoordelijke. En dat 'gedetailleerd voorschrijven' gebeurde maar al te vaak. De meeste opdrachtgevers van de bureaus geven specifiek aan welke informatie ze willen ontvangen en geven daarbij zoveel mogelijk gegevens die ze zelf al over de te onderzoeken personen hebben.

Kabel: "Dat pleit op zijn minst voor een gedeelde verantwoordelijkheid, zo men al niet een volledige verantwoordelijkheid zou kunnen bepleiten voor de opdrachtgever en het bureau vervolgens als bewerker zou kunnen kwalificeren." Volgens Kabel is het voordeel van het leggen van de volle verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever dat deze een nauwkeurige omschrijving van het onderzoek moet geven, volgens artikel 14 van de Wbp, terwijl informatie- en recherchebureaus zich bij hun onderzoeken laten leiden door eigen gedragscodes. Althans officieel, want in de praktijk lappen de bureaus de gedragscodes, die door de meeste bedrijven in de branche niet eens worden erkend, massaal aan hun laars.

In de algemene voorwaarden proberen de bureaus trouwens het risico van overtredingen van de privacywet af te wentelen op de opdrachtgever. In die voorwaarden van veel bureaus staat volgens Kabel dat de opdrachtgever bepaalt 'hoe en op welke wijze het onderzoek wordt verricht en hoe er met de gegevens wordt omgegaan'. "Het is de opdrachtgever die bepaalt voor welk doel hij de gegevens wil gebruiken. De opdrachtgever dient er tevens voor in te staan dat alle vereisten die bij en krachtens de Wbp en bijzondere wetgeving op de verantwoordelijke rusten, worden nageleefd."

Het aanpakken van de opdrachtgevers van informatie- en recherchebureaus kan dus juridisch gezien prima, maar in de praktijk is het nog nooit gebeurt. Het bleef bij onder andere een waarschuwing van het CBP aan advocatenkantoren. Dat lijkt onvoldoende om enige impact te hebben, denkt ook Kabel: "Gelet op het huidige consumentengedrag en de ontwikkelingen in de markt, is het niet onwaarschijnlijk dat vanuit het bedrijfsleven er een groeiende behoefte blijft bestaan aan (..) informatiesystemen over negatief gedrag van particulieren en bedrijven."

Maar de klanten van de bureaus, die met hun verzoeken aanzetten tot het overtreden van de wet, weten dat ze er hoogstwaarschijnlijk mee wegkomen. Zeker nu het Openbaar Ministerie bij de behandeling van Kraay's aangifte tegen zijn opdrachtgevers besliste dat het niet 'opportuun' was de inkopers van op illegale wijze vergaarde informatie strafrechtelijk aan te pakken.

Daarmee bewijst het Openbaar Ministerie de privacy van duizenden burgers een slechte dienst en gedoogd het onwettig gedrag door het 'grote' bedrijfsleven dat direct gewin haalt uit de privacyschendingen. En dat gedogen is misschien niet zo vreemd als je beseft dat ook overheden zelf ook informatie uit gesloten bronnen die ze op legale manier niet konden krijgen lieten opsporen door de bureaus.

<< TERUG